In een wasdroger wordt warme lucht door het wasgoed in de trommel geblazen. De trommel draait rond en zorgt met de warme lucht ervoor dat de inhoud wordt gedroogd en de vochtige lucht wordt afgevoerd.
In een luchtafvoerdroger wordt de vochtige lucht via een slang naar buiten afgevoerd. U heeft voor dit type wasdrogers een afvoer naar buiten nodig.
In een condensdroger wordt de warme lucht in een condensor afgekoeld en het water wordt opgevangen in een zogenaamd condensreservoir. U heeft geen luchtafvoer naar buiten nodig. Bij sommige condensdrogers is het mogelijk om het restwater via een slang te lozen op een waterafvoer. In dat geval hoeft u het condenswaterreservoir niet meer te legen.
De meeste wasdrogers zijn uitgevoerd als een voorlader. Er bestaat ook een condensdroger die is uitgevoerd als bovenlader of een die aan de muur bevestigd wordt.
Wasdrogers kunnen op twee manieren worden geprogrammeerd. In de eenvoudige modellen wordt gebruik gemaakt van een tijdklok. De geavanceerde wasdrogers worden door micro-elektronica gestuurd. Deze wasdrogers zijn uitgevoerd met sensoren die continu de droogtegraad van het wasgoed meten waardoor het mogelijk is om automatisch de gewenste droogtegraad (bijvoorbeeld strijkdroog) te bereiken.
Voor het drogen van wol of sportschoenen bestaan speciale droogprogramma’s. Om het voorzichtig drogen mogelijk te maken blijven deze goederen stil in de trommel liggen. Hiervoor is een speciaal droogrek nodig dat in veel gevallen wordt meegeleverd.
De nieuwste ontwikkeling op het gebied van wasdrogers is de toepassing van stoom. Met deze techniek kan het wasgoed een aantal nieuwe behandelingen ondergaan zoals: strijken, ontgeuren en ontkreuken.